Nederlands-Frans seminar Waste2Value: uitkomsten en follow-up

Waste2ValueOp dinsdag 28 mei 2013 organiseerde het Economisch Cluster van de Nederlandse Ambassade in het Nederlands-Franse seminar Waste2Value met als thema de circular economy. Zie ook: Blog Innovatie Attaché Parijs.

U kunt impressies van deze dag meebeleven via de korte filmopnames die gemaakt zijn tijdens het evenement:

– De Nederlandse ambassadeur, Ed Kronenburg, gaf een kort interview over het belang en de onontkoombaarheid van een circular economy.

– Dagvoorzitter Freek C.A.A. van Eijk, Director Communication & Public Affairs SITA Northern Europe Waste Services, benadrukte het economische belang en het aantal arbeidsplaatsen verbonden aan de circular economy.

– Christian Thomas, oprichter van TerraNova legde uit dat ons afval goud waard is, letterlijk.

– Maarten Bakker, Assistant Professor TU Delft, onderstreepte het belang van de business case voor circular economy.

Video-verslag van het seminar Waste2Value

De meer dan 60 aanwezige vertegenwoordigers van Nederlandse en Franse bedrijven, kennisinstellingen en overheid wisselden kennis en ervaring uit over hergebruik en terugwinnen van vooral metalen uit afval.

Zij kwamen tot de onderstaande conclusies:

Zoals blijkt uit haar white papers, heeft de Europese Unie zich gerealiseerd dat het veilig stellen van de toegang tot grondstoffen urgent is. Het efficiënt gebruik van hulpbronnen is een vlaggenschipinitiatief van de Europa 2020-strategie. Zowel op Europees als op nationaal niveau is er een momentum voor het stimuleren van een circulaire economie, als inspirerend en open concept voor de toekomst.

Het kan geen toeval zijn dat deze sessie over circulaire economie met als titel Waste2Value door de Nederlandse ambassade in Parijs georganiseerd werd, terwijl in Nederland rondom het thema cradle to cradle een bezoek plaatsvond van Nicolas Hulot, speciale gezant van de President van Frankrijk voor de bescherming van de aarde, van Delphine Batho, minister van Milieu , Duurzame ontwikkeling en Energie, van Pascal Canfin, minister onder de minister van Buitenlandse zaken belast met ontwikkelingssamenwerking en een Franse delegatie.

Op hetzelfde moment werd Frankrijk vertegenwoordigd tijdens het seminar Waste2Value dat in Parijs plaatsvond, door het Ministerie van Milieu en door toonaangevende bedrijven en organisaties als Renault, Solvay, SUEZ Environnement en BRGM, maar ook door innovatieve start-ups. Van Nederlandse zijde waren naast het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Ministerie van Economische zaken onderzoeksinstellingen als TU Delft en TNO, maar ook diverse innoverende organisaties en bedrijven als Inashco, Elemetal, Resteel, Paques, Decistor, Liquisort e.a. vertegenwoordigd.

Kernwoorden tijdens het Waste2Value seminar waren samenwerking en partnership. Deelnemers onderstreepten het belang om na te denken over en te werken aan oplossingen voor de gehele waardeketen. Fabrikanten en afvalverwerkings bedrijven zullen niet alleen de afvalinzameling en –recycling efficiënter moeten maken, maar zij zullen ook moeten werken aan eco-design en “design for recycling”, productontwerp dat het demonteren van producten vereenvoudigt. Hiermee zal de mogelijkheid tot hergebruik vergroot worden.

Ook consumenten spelen een rol hierin en zij dienen meer gestimuleerd te worden om bewust te kopen en te consumeren. Het zou een trend moeten worden om minder en groener te kopen. Consumenten moeten bewust(er) worden van wat zij weggooien en van de manier waarop zij dit afval scheiden.

In breder verband zal de Europese Unie minder afhankelijk moeten worden van hulpbronnen. Dit geldt zowel voor primaire als voor secundaire hulpbronnen. Behalve een optimale inkoop van grondstoffen en een herontdekking van de mogelijkheden voor mijnbouw binnen de Europese Unie en voor diepzee mijnbouw, zal de EU “meer met minder” moeten leren doen en het model van een circular economy moeten aannemen. Overheden kunnen de randvoorwaarden bieden die het mogelijk maken voor de industrie om efficiënter met grondstoffen om te gaan, minder afval te produceren en meer te recyclen. Een betere toepassing van bestaande regelgeving en een consistente regelgeving voor de gehele waardeketen zullen voorkomen dat er zgn. “silo-regulering” plaatsvindt.

In de discussie tijdens het seminar werd opgemerkt dat overheden een voorbeeldfunctie kunnen vervullen door middel van vergroening van openbare aanbestedingen of door het vinden van andere manieren om de industrie te stimuleren efficiënter met hulpbronnen om te gaan. Overheden kunnen investeren in dát type onderwijs dat leidt tot het behoud of het verbeteren van de belangrijkste kennis en vaardigheden op het gebied van mijnbouw, metallurgie, recycling en eco-design.

Academici en industriëlen moeten samenwerken om vooruitgang op technologisch gebied mogelijk te maken, maar ook om nieuwe business models te creëren. Producten moeten langere tijd circuleren binnen de economie en hergebruikt, gerepareerd of gereviseerd worden alvorens gerecycled te worden.

Voorlopig zal afval blijven bestaan en zal dat afval zo efficiënt mogelijk opnieuw gebruikt moeten worden als secundaire grondstof en als dat – aan het einde van de keten – niet meer mogelijk is voor de opwekking van energie. Meten is weten, dat geldt ook in dit opzicht. Er is meer kennis nodig over de kenmerken van het afval, de samenstelling van producten en de stroom van materialen.

Door de deelnemers aan het seminar werd opgemerkt dat Nederland en Frankrijk hun ondernemers en wetenschappers samen zouden moeten brengen met het oog op samenwerking in projecten en gezamenlijk toegang te krijgen tot financiering. Het Nederlandse voorbeeld van financiering van zgn. Green Deals (op het gebied van duurzame energie, biomassa, recycling, mobiliteit, biodiversiteit, duurzaam inkopen, water) zou inspiratie kunnen opleveren en er zal informatie uitgewisseld worden op dit gebied tussen de beide ministeries.

Er werden van Franse en Nederlandse kant prachtige innovaties en best practices gepresenteerd tijdens het seminar, van toepassingen voor schroot, valorisatie van bodem as, terugwinning van zeldzame aarde materialen en recycling van printed circuit boards. Ook werd er gesproken over bestaande initiatieven van samenwerking binnen de EU tussen Franse en Nederlandse academici. Deze initiatieven kunnen verder worden ontwikkeld, in Frankrijk en Nederland, maar ook daarbuiten.

Frankrijk en Nederland kunnen samen lobbyen binnen de EU om randvoorwaarden te scheppen voor een Europa dat efficiënt met hulpbronnen omgaat en minder afhankelijk is van grondstoffen; een competitiever Europa, dat lokale arbeidsplaatsen creëert.

Als vervolg op dit seminar zal de Nederlandse ambassade contacten onderhouden met de Franse en Nederlandse ministeries over de manier waarop dit netwerk met bedrijven en kennisinstellingen in stand gehouden en uitgebouwd kan worden. Zoals ambassadeur Kronenburg aangaf, was dit seminar een eerste bijeenkomst in een serie van ontmoetingen en uitwisselingen.

Indien u interesse heeft meer te weten te komen over dit onderwerp, aarzelt u niet contact op te nemen via: par-ea@minbuza.nl