Nederlands voorzitterschap Europese Unie 1e helft 2016 (EU2016NL)

vjptgr8rbkvaVan 1 januari 2016 tot 1 juli 2016 heeft Nederland de taak als voorzitter van de Raad van de Europese Unie op zich, dit betekent dat het land het voortouw zal nemen bij het nemen van belangrijke beslissingen en onderhandelingen tussen de lidstaten. Het is nu voor de twaalfde keer dat Nederland de belangen van de lidstaten zal behartigen bij onderhandelingen met de andere Europese instellingen over nieuwe regelgeving. Als voorzitter van de Raad zal Nederland zo neutraal mogelijk moeten blijven, het zal vooral een coördinerende en controlerende rol hebben.

Nederland neemt het stokje over van Luxemburg en zal alle lopende dossiers moeten overnemen en verder afhandelen van de vorige voorzitter. Hier kunnen accenten worden gelegd op vraagstukken die voor Nederland meer van belang zijn. Het is echter niet waarschijnlijk dat al deze dossiers zullen worden afgerond tijdens dit voorzitterschap. Na Nederland zal Slowakije het voorzitterschap overnemen op 1 juli 2016.

Omdat Nederland wordt opgevolgd door Slowakije, en daarna Malta, zullen deze drie landen goed overleggen. Het trio-voorzitterschap, ook bekend als de Trojka, zorgt er over een periode van 18 maanden voor dat alle niet afgeronde zaken tijdens de volgende voorzitterschappen verder zullen worden afgerond.

Een aantal prioriteiten zijn het creëren van banen door innovatieve groei en een strategische agenda voor de EU in tijden van verandering. Nederland mag voor een groot deel bepalen welke onderwerpen er zullen worden besproken tijdens Raadsvergaderingen, hierdoor kan de voorzitter een bepaalde draai geven aan het voorzitterschap terwijl zij toch een neutrale rol heeft.

Eerder gaf premier Rutte aan dat Nederland te kampen zal krijgen met een aantal lastige politieke kwesties, zoals de aanpak van terrorisme en de migratiecrisis. Hierbij wil hij de nadruk leggen op de uitvoering van afspraken en het verstevigen van de interne markt. Om succesvol te zijn als voorzitter van de Raad zal ook flexibel moeten worden gehandeld, zodat er rekening gehouden kan worden met onverwachte situaties zoals de burgeroorlog in Syrië.

20160104_105233